Het is 17u. In de aanloop naar het Cactusfestival loop ik eerst Het Visioen binnen. Kwestie van het hele gebeuren een beetje op gang te zien komen. De eerste festivalgangers
waaien binnen : een achtkoppige formatie uit Oost-Eeklo. Ik wist niet eens dat het bestond. Ik vraag of ze voor Patti Smith
komen. De zwaarste van de bende vraagt me wie dat is. Op zijn petje staat reclame voor 't Evenwicht in Oost-Eeklo.
Ze drinken zware bieren en ik vraag me af hoelang ze dat evenwicht vanavond zullen bewaren.
Vijf pinten en een viertal gesprekken later begeef ik mij naar
de ingang. De dame aan de controle is een van haar collega's aan het opvrijen. Ondanks de waarschuwingen in het huisreglement
had ik hier makkelijk een bandopnemer (24 kilo, zo'n ouderwetse Sony), vijf bakken bruine Leffe en mijn hond
mee naar binnen kunnen smokkelen. Achter een hek gaat een politiehond vreselijk tekeer als ik passeer. Ik hou angstvallig
mijn hand rond de vier kilo hasj in mijn jaszak. De wetsdienaar staat echter zijn nieuwe uniform te monsteren en ook deze
barrière loop ik moeiteloos voorbij.
Eenmaal binnen waan ik mij in een soort Zilverpand op Campingniveau.
Morgen zal ik het pand aan een grondig onderzoek onderwerpen. Vandaag knipoog ik enkel naar een bevallige zwarte vrouw die
van achter haar kraampje iets forceert op 't vlak van kip en straffe sausen. Miljààr, wat een inkomen, mijmer
ik, terwijl ik haar sans gêne gadesla. Mocht ik in Afrika wonen, ik zou gegarandeerd elke dag een ontstoken bekken
hebben.
We zijn hier niet voor de seks. Op naar het park. Aan het eind
van de brug zit een wilde aap onbeschaamd aan zijn zak te scharten. "Het staat geschreven en gedrukt dat ge moet scharten
waar het jukt!" zegt een man die naast me loopt. We gaan literair weer een hoogstaand festival tegemoet, hoor ik mezelf
mompelen.
Eenmaal op het veld merk ik waarom de sfeervolle eet- en textielstandjes
hebben moeten wijken. Base, Radio 1 en Het Nieuwsblad maken nu de dienst uit. Ik ben klant van Proximus,
ik luister Studio Brussel en ik lees De Morgen. Ik voel mij geenszins aangesproken.
Over het park waaien etherische flarden cello. Een rode loper
voor Under Byen, zo blijkt. Vreemde groep. Nog nooit een basgitariste geweten die zo weinig aanslagen per minuut haalde.
Schoon keun, dat wel. De zangeres is een soort Björk, gewikkeld in behangpapier uit de jaren zestig. Het grijpt
me niet echt. Ik ben niet de enige : veel mensen zitten duidelijk elders dan op het podium met hun gedachten. 't Is een begin,
denk ik, en nog een sjans dat 't niet regent.
Tussen de begonia's heb je die koe weer. Er staat nu ook een
heel leuke struisvogel wiens kop zichtbaar wordt in een tv-scherm van Philips. Stekker van het toestel steekt in de
grond. Daar is over nagedacht, denk ik, maar ik heb geen zin om bij dit beest filosofisch te gaan doen.
Ik bestook het aanwezige volk met fijnzinnige vragen. Benevens
een heel deel snakken in mijn gat, krijg ik ook her en der een antwoord. Vooral heel wat jonge mensen blijken voor Macy
Gray te zijn gekomen. 't Kan een enorm gat in mijn cultuur zijn, maar ik ken die Macy Gray eigenlijk niet.
En plots staat ze op het podium. Ofwel heeft ze backstage iets
macrobiotisch op basis van gist gegeten, ofwel heeft ze een affaire met een pruikenmaker. Ferme stem, beklijvend optreden.
Een madam die er stààt. Een keelgat om gouden platen in te kweken. 't Geluid staat wel een beetje stil, maar laten
we dit oude zeer niet opnieuw oprakelen. Na haar optreden ben ik ietwat teleurgesteld omdat ze haar pruik niet in het
publiek zwiert, maar ik zie wel kans om één van haar afgebroken valse nagels te bemachtigen. Ik ben fier. Heb eindelijk die
nagel om aan mijn gat te scharten.
Omdat mijn innerlijke mens van zijn tak begint te maken, zoek
ik het Zilverpand op. Vanop zijn rug ziet die schartende aap er een stuk minder dreigend uit. Ik eet moimbe
bij de bevallige zwarte dame. Als ik na de maaltijd boer, hebben mijn directe omstaanders brandwonden. Ik excuseer me en zij
zeggen dat zo'n dingen gebeuren.
De mildheid van de doorsnee Cactusfestivalganger is aandoenlijk.
In de verte hoor ik Chris Dusauchoit Patti Smith aankondigen.
Brug over, schartende aap gepasseerd, medeburger met een zak friet omver gelopen… enfin, u kent dat.
Patti Smith had naar mijn smaak iets te veel een nieuw product te promoten. Er straalde iets te weinig begeestering van het podium.
Als ik midden Gloria meer aandacht heb voor de nieuwe vriendin van mijn vriend dan voor Patti Smith zelf, dan
is er iets mis. Vraag blijft in deze natuurlijk : met wie? Geen bisnummer. Patti, ge zijt een stout kind!
Na het optreden stromen de mensen in dichte drommen langs me
heen. Ik voel het als mijn plicht hen allen persoonlijk te danken voor hun komst. "Dank u," zeg ik, "u was een fijn publiek!"
Iedereen is plots druk doende om via gsm zijn volk weer bij elkaar te krijgen. Ik ga nog iets drinken aan de bar. Omstreeks
1u30 gaan plots alle lichten uit. Ik denk dat ik pils aan het drinken was, zeker weet ik dit niet meer. Gedaan is op Cactus
gedaan.
Achteraf is het formatie geblazen in 't Visioen. Om zes
uur ben ik thuis. Het weer zat niet echt mee, die eerste festivaldag, maar 't is een schoon startschot geweest. En
nu moet ik vertrekken, want binnen tien minuten treedt Monsoon op.
U hoort straks meer van mij.
Zaterdag 10 juli 2004.
Omdat ik laat op mijn stukken ben, negeer ik Het Visioen
en begeef mij onmiddellijk naar het Minnewaterpark. Aan de ingang staat dezelfde dame als gisteren. Hebben zij en haar collega
een vermaning opgelopen of zie ik er ongeschoren minder betrouwbaar uit dan gisteren? Vandaag wordt mijn zak in elk geval
aan een grondige controle onderworpen. Ik word clean bevonden en kan beschikken. Mijn zak dien ik te herschikken, want
die is helemaal uit model geduwd tijdens het fouilleren.
Aan de 'schartende aap' staan twee medewerkers zomaar wat voor
zich uit te staren. Als ik hen vraag van wie het kunstwerk in kwestie is, moeten zij mij het antwoord schuldig blijven. Had
Johan Debruyne daar gestaan, ik stond daar nu waarschijnlijk nog steeds naar zijn uitleg te luisteren. Enfin, eenmaal
in het park zelf is Monsoon net het publiek aan het bedanken voor zoveel aandacht. Uit frustratie dan maar een koffie
gaan drinken.
Het klimaat heeft een verrassing voor ons in petto, want er breekt
zowaar een zonnestraal door de wolken. Ik ga ergens neerzitten, nip gemoedelijk van mijn koffie, groet her en der wat voorbij
slenterende bekenden, tel de tatoeages en de piercings die weelderig tieren, bewonder mijn buurvrouw die op het Basescherm
iets onverstaanbaars mompelt en denk bij mezelf dat de volgende groep er voor mijn part aan mag beginnen.
Mijn gemompel is nog niet helemaal verstomd als de The Soledad
Brothers het podium bestijgen. Driemansformatie. Drum, bas en gitaar. Eerlijke, vettige rock-'n-roll. Rechttoe, rechtaan.
Muziek waar ze mij altijd wakker voor mogen maken. En ik ben blijkbaar niet alleen, want het loopt aardig vol voor het podium.
Geslaagd met felicitaties van de jury. Ik heb er zowaar dorst van gekregen. Mijn eerste pint gaat voor de bijl. Het zal, zo
zal later blijken, niet mijn laatste zijn.
Ondertussen is het bedellegioen op gang gekomen. U kent ze wel,
alternatief geklede snotters die uw bekertje uit uw hand staan te kijken nog voor het helemaal leeg is. Het gerucht als zou
het hier om georkestreerde maffiapraktijken uit Roemenië gaan, klopt van geen kanten. Die gasten mogen dan al opdringerig
zijn, ze spreken beschaafd Nederlands en sommigen onder hen stotteren zelfs met twee woorden. Omdat ik toch niks anders om
handen had, heb ik hun profiel onderzocht en het blijkt grotendeels om kinderen van gescheiden ouders te gaan die te jong
zijn om al een normale vakantiejob te nemen.
Ik weet niet hoe het u is vergaan, maar ik heb me stierlijk verveeld
tijdens het optreden van Pinback. Om eerlijk te zijn, ze vielen danig tegen dat ik nu al niet meer weet hoe ze eigenlijk
klonken.
Ik had u beloofd om vandaag de winkelgalerijen te evalueren,
maar dat zal voor morgen zijn, want ik had mijn legitimatiebewijs van Test-Aankoop niet mee.
En toen waren wij getuige van een unicum in de wereld der festivals.
Omdat Keziah Jones op weg naar Cactus vertraging had opgelopen, diende het programma te worden gewijzigd. Het
unicum in deze was dat het uitgerekend Steel Pulse was die ruim anderhalf uur vroeger dan gepland het podium besteeg.
Vroeger waren reggaegroepen steevast drie dagen te laat op een
festival en waren zij onderweg minstens een drummer en drie vierden van hun blazers kwijtgeraakt. Er waait duidelijk een nieuwe
wind door de muziekwereld. Steel Pulse deed wat je van Steel Pulse mag verwachten. Ze brachten stevige reggae,
zwaaiden met hun dreadlocks en citeerden bij benadering 259 keren Jah. Ik heb er in elk geval van genoten. De wietgeur
bleef beperkt tot 62 vlagen per minuut, wat een zeer aannemelijk gemiddelde is tijdens een reggaeconcert.
Tijd om uit te blazen aan de bar. Overmoedig door veel te veel
Maes probeer ik in heel slecht Engels mijn liefde te verklaren aan een Australische schone. Ze kijkt me ietwat verbaasd
aan, zegt dat ze geen Frans verstaat en draait zich met haar rug naar me toe. Mijn wereld stort in en ik drink drie pinten
na elkaar. Ik zoek troost in de armen van een moeder wier kind een T-shirt van K3 draagt, maar zij blijkt gelukkig
getrouwd. Burgemeester Moenaert, die duidelijk oog heeft voor de geestelijke gezondheid van zijn burgers, trakteert
mij een pint. Mijn algehele toestand gaat vanaf dan sterk achteruit.
In al mijn miserie waait het optreden van Keziah Jones
aan mij voorbij. Ik hoor nog net dat die gast een flinke pot gitaar kan spelen. Ik probeer een beetje te bekomen in een hangmat,
waar ik meteen weer uit donder. 't Is niks voor mij, die alternatieve rustplaatsen.
John B.Sloop mag dan al de tieten -afin, één tiet- van Heather Nova hebben gezien, op het podium hield zij haar blouse opvallend
gesloten. Schone madam, altijd gevonden. Een zeer genietbaar optreden. Niet direct om stijl van achterover te gaan,
maar een kwetsbare set van een dame met klasse.
Drank en verslaggeving gaan niet samen, sta ik te denken terwijl
ik sta te pissen. Voor me staat een Limburger die zich luidop afvraagt of hij die zuil omver zou kunnen zeiken. Ik vraag hem
daarmee te wachten tot ik gedaan heb. Hij laat een wind. Ik denk dat hij dronken is.
Costello is een zeer waardige afsluiter. Doorgaans ben ik niet zo'n fan van de man, maar zijn optreden greep me bij de ballen.
Gelukkig droeg ik mijn schelp. Tijdens I want you gluur ik nog heel even naar die Australische, maar zij negeert mij
volkomen. De kans dat ik vannacht nog vreemd van bil ga, wordt met de minuut kleiner.
Ik sluit af in Het Visioen. 't Is al zes uur als ik naar
huis strompel. Mijn verslag zal weer veel te laat zijn. Als ik vandaag het Minnewaterpark zie te bereiken, mag u ook van de
derde dag een kort verslag verwachten. Mocht ik er niet geraken en de wind zit goed, dan breng ik u een sfeerverslag van op
mijn terras.
Zondag
11 juli 2004.
Het zit er hier weer bovenhands op, in onze kleine werkmanswoonst. Mijn vrouw had nog gezegd
: als ge vannacht thuiskomt en ge drinkt van die soep, zet dan de rest van die pot weer in de frigo, want met zo'n weer…
Ik dat natuurlijk glad vergeten en deze morgen was het van dadde… zuur en een deel haar op.
Terwijl momenteel noeste stadswerkers zich vloekend wijten aan
hun opgelegde renovatietaken in het Minnewaterpark, probeer ik een gepaste opening te vinden voor dit verslag. Na een geestelijke
strijd van ruim twee uur valt mij plots het lumineuze Zondag in het park te binnen. Ik ben een mens van scherpe titels.
't Kan een kwestie van tijdsbeleving zijn, maar ik ben blijkbaar
gedoemd om altijd opnieuw de eerste act van een festival te missen. Toen ik met charmante edoch ingehouden tred het park betrad,
had de randanimatie het via een soort spontane ketelpolonaise al overgenomen van Ozomatli, zodat ik mij dadelijk op
de sfeer kon concentreren. Daar het volk duidelijk in kleinere getale was afgezakt naar 't park, had ik een overzicht om duimen
en vingers bij af te likken.
Ik was ze eerlijk gezegd ook aan 't aflikken omdat ik mijn eerste
pint uit mijn poten had laten glippen. Dit laatste had dan weer alles te maken met een te kwistig aangebrachte, nog
niet volledig ingedroogde handcrème. Ik zeg altijd : 't eerste waar 't vrouwvolk op let, zijn uw handen, en ik wilde
vandaag vooral mijn immer opspelende hormonen eens ruim baan geven.
't Probleem in deze is dat er achter elke schone vrouw
een jaloerse man blijkt te schuilen. Vier erecties en op één schaamhaar na een zakbreuk! De trieste balans van een simpele
verplaatsing van 't podium tot aan de bar. Er zijn er die fluisteren dat er therapeutische kosten zijn aan mij. Er zijn er
ook die het luidkeels roepen!
Chris Dusauchoit verschijnt ten tonele en tovert dezelfde opener als gisteren uit zijn hoed. Dat het in Antwerpen oude wijven zeikt
terwijl het in Brugge… Eigen weer eerst. Als presentator doet Dusauchoit zijn werk feilloos en hij kondigt
DJ Dolores aan. Opvallende bezetting in deze Braziliaanse formatie : een elektrische gitaar, een viool, een sax, een
trompet en een meer dan rondborstige zangeres die blijkbaar nog even langs de kringloopwinkel was gewandeld en daar met de
grootste zorg een bevallig rood rokje en een T-shirt uit de rekken had gevist. Ik ben misschien bevooroordeeld, want ik houd
van rode rokken, maar ik vind dit meteen mijn ontdekking van de dag. Schitterend en verrassend optreden.
Ik klap mijn schouder uit het lid, bekijk de navel van een Ghanese
schoonheid rechts van mij, wrijf het kwijl van mijn lippen en ga dan de winkelpanden monsteren. Ik had u eerder beloofd om
dieper in te gaan op het fenomeen van de festivaleconomie ter plaatste en ik kan u meteen melden dat het geen vetten
was. Een viertal povere kraampjes waarbij ik spontaan aan faillissementen en gedwongen werkloosheid moest denken. Ik
eet een pitta met looksaus, waardoor mijn adem van de weeromstuit de typische festivalodeur verspreidt die insecten op afstand
houdt.
Vrienden die het goed met mij menen hadden mij aangeraden om
zeker het optreden van The Heritage Of Batate mee te pikken. Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar zo'n geut rumba
en salsa is doorgaans leuk voor een kwartier, maar dan is het vet voor mij een beetje van de soep. Ik kijk om me heen.
Iedereen lijkt uiterst content en toch moet ook iedereen door zijn of haar moeilijk moment tijdens dergelijke optredens. Ach,
't is zondag, het weer zit mee en ik heb nog grootse seksuele plannen.
Vraag me naar geen reden, maar plots zit ik op het seniorenterras.
U kent het ongetwijfeld. Het ligt helemaal achteraan rechts in het park en er vertoeven alleen mensen van 45 en ouder. De
zitbankjes zijn ongemakkelijk hoog. Naast mij zit een dame wier voetjes minstens 25 centimeter boven de begane grond bungelen.
Hoewel ik geen orthopedische studies heb gevolgd, waarschuw ik haar toch voor het gevaar van zo'n onnatuurlijke houding. Echt
dankbaar is ze niet, want ze draait zich van me weg. Het kan natuurlijk ook aan mijn adem liggen. Ene Verrecas drinkt
ongevraagd mijn pint uit en er ontstaat zowaar bijna een vleugje terrasagressie, die op de valreep wordt vermeden door een
engelachtig kind dat om mijn lege beker bedelt. Discussie gesloten. En dat die moeder nog veel zout zal mogen strooien.
Ik had er al mijn hele leven van gedroomd om Willem Vermandere
eens te zien shaken op een stevige geut reggae maar 't werd weer niks. Ten eerste is Vermandere nergens te bespeuren
(waarschijnlijk elders verplichtingen vanwege 11 juli) en ten tweede blijken die gasten van Misty in Roots hun reputatie
van meest spraakmakende live reggae act niet echt waar te kunnen maken. Als de frontman vraagt of wij al van Bob
Dylan hebben gehoord, maak ik mij de bedenking dat we algelijk in geen kleutertuin zitten. Her en der worden familiejoints
gerold en die Ghanese van daarnet blijkt benevens over een prachtige navel ook over een beeld van een vriendin te beschikken.
Helaas, de mannelijke Ghanese medemens waakt over zijn kudde.
Ik besluit op zoek te gaan naar de vrouw met de zwaarste stem
in het park. Een mens moet iéts doen tussen de optredens. Aan de Cointreau-stand worden snode plannen gesmeed. Een
geblondeerde deerne met neuspiercing stelt voor om een liter Cointreau te bestellen, daarbij zeventien bekers te vragen, die
bekers een stand verder weer in te wisselen en met dat geld nog een liter extra Cointreau te versieren. Ik vraag waaruit ze
dan zal drinken. Ze zet die literkan aan haar lippen, giet in één teug drie vierden van de inhoud naar binnen, bekijkt me
neerbuigend en boert onbeschaamd "Fuck of, you silly Sissi!" aan mijn adres. Beleefd is ze allerminst, maar ze heeft
met verve de zwaarste stem van het terrein.
Zap Mama is aan de beurt. Hier is ongetwijfeld een heel leger couturiers aan vooraf gegaan. Als ik naar Marie Daulne
kijk, moet ik heel even aan Grace Jones denken. Daulne kijkt niet terug. Te veel wind in haar broek of slecht
functionerende lenzen. De reden zal wellicht onduidelijk blijven. Zap Mama is goed. Net als Patti Smith vrijdag
hebben zij ook een nieuwe boreling te promoten. De kans dat ik volgende week naar de platenboer loop om Ancestry In Progress
aan mijn collectie toe te voegen is niet gering. Grazzhoppa komt de bende vervoegen. Ook zijn wit 'klakske'
blijkt van een hoog haute-couturegehalte. Zijn soepel gevinger achter de draaitafels getuigt nog steeds van scratchende
klasse. Als ik mij omdraai, staat achter me een dame met gevaarlijk gezwollen tepels onder haar T-shirt. Ik vraag of ze het
dermate opwindend vindt. "Vriendin van Grazz", zegt ze met een beschaamde blos op de wangen. Ik toon haar mijn vingers.
"Laat maar", zegt ze. Een mens is dan al eens genereus!
Na Zap Mama heb ik een diepgaande discussie met een zwarte
Brusselse supervrouw over de huidige kostprijs van een bloemkool in Matongo. Zij spreekt veredeld Zaïrees en ik Brugs. We
zijn beiden aangeschoten en begrijpen geen woord van elkaars gewauwel. De toren van Babel in het Minnewaterpark. Moet benevens
die koe en die struisvogel ook kunnen, denk ik beneveld.
Met een vriend ga ik een zak friet eten. Het mag dan al voor
veel mensen van pure nostalgie getuigen, die puntzakken… ik vind het godverdomme een hele toer om zo'n zak een beetje
naar behoren uit te peuteren. Ik kijk naar mijn handen. Stilleven met mayonaise. Leve mijn zakdoek. Terug op het terrein
noopt een immense stofwolk mij tot het snuiten van mijn neus. Vijf stappen verder word ik door een verontruste dame gewaarschuwd
dat er iets aan mijn neus hangt. Als ik vraag wat dan wel, antwoordt zij: "Een ei, mosterd, zout, peper, azijn en olie."
Sergent Garcia zet een punt achter deze editie van het Cactusfestival. Een tof punt.
't Is goed geweest. Volgend jaar kom ik ongetwijfeld terug. Straks
thuis nog een taske soep en dan kan de recuperatie beginnen.
Urbain